De Benelux is handiger dan je denkt, en andere lessen uit de grensregio’s

  • 24 juni 2020

Tussen Vlissingen en Gent biedt een havendistrict in oprichting een enorm potentieel voor economische groei en innovatie in de regio. Eén probleem: er ligt een landsgrens tussen. ‘Er is één havenbedrijf, maar het openbaar vervoer is versnipperd. In Gent heeft men al jaren last van een huisvestingsprobleem als gevolg van bevolkingsgroei. En een paar kilometer verderop ligt Terneuzen, in een van de gebieden in Nederland met bevolkingsdaling. Daar liggen enorme kansen, maar het gebeurt niet vanzelf. Alleen omdat er een grens tussen ligt? Nou, ja, een beetje wel.’

Aan het woord is Sebastiaan Hupkes. Hij werkt aan Grensoverschrijdende Samenwerking (GROS) bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Met het team bevordert hij de samenwerking tussen overheden over landsgrenzen heen. ‘Wij helpen als een soort oliemannetje en aanjager kansen te pakken en belemmeringen weg te nemen.’
 

In 1 minuut

  • De Benelux heeft een wet- en regelgevend instrumentarium dat op onderdelen verder gaat dan wat de EU kan. Zo kunnen we landsgrensoverschrijdend aan gezamenlijke opgaven werken, maar dat is slecht bekend.
  • Goede grensoverschrijdende samenwerking vergt een grote investering in kennis en netwerk; en dat is intensief, omdat het aantal organisaties zoveel groter is dan bij uitsluitend binnenlandse samenwerking.
  • Werk veel meer buiten je eigen lijntjes: Blijf niet wachten op de ander, zoek de gezamenlijkheid actief op.

Terug naar het havendistrict op de grens van Zeeland en Oost-Vlaanderen. ‘De lokale en regionale Vlaamse en Nederlandse overheden hebben een werkagenda voor hun grensoverschrijdende gebied opgesteld. De vraag die nu voorligt is: hoe gaan we dit uitvoeren? Hoe krijg je verbinding over wet- en regelgeving? Daar helpen wij bij’, legt Hupkes uit.

‘Ook tussen Zeeland en Vlaanderen begint het met het inrichten van een bestuurlijke organisatie, en van daaruit een goed interbestuurlijk programmabureau, maar dan grensoverschrijdend. Het belangrijkste startpunt voor regionaal beleid is dat er een goede regionale agenda ligt, die duidelijk maakt wat de uitdagingen en kansen van het gebied zijn. Dat vergt een analyse en soms ook prioritering van de opgaven.

In dit geval is de regionale agenda grensoverschrijdend. In de uitvoering maakt dat de boel natuurlijk wel een stuk uitdagender doordat we veel in Nederland en Vlaanderen vaak net iets anders doen. Ook de bevoegdheden van de overheden zijn niet hetzelfde. Zelfs voor de mensen die al jaren in het gebied werken, blijft dat lastig. Dat is des te meer reden voor intensieve grensoverschrijdende samenwerking. 

“De kunst is om het gezamenlijk belang, het belang van de eigen organisatie te maken”

Om de werkagenda goed uit te kunnen voeren is samenwerking tussen de lokale overheden en de departementen in Brussel en Den Haag onontbeerlijk. We denken mee over de inhoud van de opgaven, maar vooral ook over de vraag hoe de samenwerking het beste georganiseerd kan worden. Er is op dat vlak veel mogelijk en er zijn ook veel structuren waar bij aangesloten kan worden.

In de Benelux kunnen overheden bijvoorbeeld grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden aangaan met een zogeheten Benelux groepering voor territoriale samenwerking. Ook tussen Nederlandse en Duitse overheden kunnen samenwerkingsverbanden worden gesmeed om gezamenlijke opgaven aan te pakken.
 

Grensoverschrijdende samenwerking in een notendop

De grensoverschrijdende regio’s tussen Nederland, Belgie en Duitsland werken op allerlei terreinen samen, zoals zorg, leefbaarheid, onderwijs, economie, milieu en natuur. Het ministerie van BZK probeert de bestuurlijke organisatie van die samenwerking te bevorderen door kansen en belemmeringen te agenderen en waar mogelijk aan te pakken samen met andere overheden en internationale organisaties. Hier lees je meer over de Grensoverschrijdende samenwerking.

De Benelux is handiger dan je denkt

Grensoverschrijdende samenwerking gebeurt natuurlijk niet alleen vanuit een toren in Den Haag. Juist niet. ‘We werken sinds twee jaar met regioverbinders’, legt Hupkes uit. ‘Dat zijn mensen die in dienst zijn van een grensprovincie, en deels betaald worden door BZK. Zij zijn er voor het hele grensgebied. En ook de euregio’s zijn belangrijke partners.’

Daarnaast zijn er grensinformatiepunten. ‘Dat zijn vraagbaken voor burgers en bedrijfsleven. Stel, je wil aan het werk in Duitsland of Belgie. Dan komt er enorm veel op je af, zowel wat betreft fiscale regelingen en sociale zekerheid, als ook hoe je in Duitsland werkt onder een baas en hoe je daar moet solliciteren. De complexiteit van grensarbeid (wonen en werken in verschillende landen, red.) kan soms belemmerend werken. De experts bij grensinformatiepunten, die langs de gehele landsgrens te vinden zijn, kunnen daar bij helpen.’

“Eerst persoonlijk contact en dan pas brieven schrijven. Het besef is er steeds meer dat we echt één overheid zijn.”

‘Een belangrijke, maar beetje onbekende partner is de Benelux. Die organisatie heeft ook een wet- en regelgevend instrumentarium dat op onderdelen verder gaat dan wat de EU kan. Op een aantal terreinen kan dat helpen verschillen op te lossen. Zo kunnen de lidstaten bij bepaalde omgevingsvraagstukken een Benelux-beschikkking laten opstellen waarmee grensoverschrijdende afspraken juridisch vastgelegd worden.

Dat is bijvoorbeeld gebeurd bij het grensoverschrijdende bedrijventerrein Albertknoop bij Maastricht, waar verschillen in geluidsregelgeving tussen Belgie en Nederland met een Benelux-beschikking zijn overbrugd. Dan hoef je dus niet in twee landen de geluidsnormen en -wetten aan te passen, maar kun je voor dat ene gebied een aparte afspraak maken.

Belangrijkste inzicht: werk véél meer buiten de eigen lijntjes

Sebastiaan Hupkes werkt inmiddels ruim zes jaar aan grensoverschrijdende opgaven. Wat leerde hij in die tijd over interbestuurlijk samenwerken?

Allereerst: ‘Grensoverschrijdend samenwerken aan gemeenschappelijke opgaven vergt een grote investering in kennis en in het netwerk. En dat is best lastig in de vingers te krijgen omdat er zo veel organisaties in dit netwerk zitten. Grensoverschrijdende samenwerking beperkt zich natuurlijk niet tot één onderwerp en voor iedere organisatie in Nederland zijn er ook één of meerdere organisaties in de buurlanden.
 

”Je in de ander verplaatsen is moeilijk, dus blijf elkaar uitleggen waarom iets nou zo belangrijk is en sta open voor inzichten van een ander”

Maar misschien wel zijn meest waardevolle inzicht voor werken aan regionale opgaven: ‘De aanpak van regionale opgaven is vaak een zaak van meerdere overheden. Om dat succesvol te laten zijn moeten we in staat zijn om buiten lijntjes van de eigen organisatie te werken. Je moet het écht samen doen. De kunst is om het gezamenlijk belang, het belang van de eigen organisatie te maken. Je moet dus zowel blijven uitleggen aan de ander waarom iets nou zo belangrijk is, als open staan voor de inzichten van de ander. En, je moet die samenwerking echt actief opzoeken.’

Hupkes geeft een persoonlijk voorbeeld: ‘Tegenwoordig zeg ik wel eens tegen collega’s uit de regio; als je nou van plan bent een brief aan de minister of staatssecretaris te sturen, bel mij dan eerst even op. Niet omdat ik tegen het sturen van een brief ben, maar om mee te denken wat je echt van de minister wil. En als je dit of dat erin zet, is jullie initiatief misschien kansrijker. Dat had ik vroeger nooit gedaan, maar het besef is toch steeds meer dat je eigenlijk onderdeel van één overheid bent.’

Bron: www.overheidvannu.nl