Gender in de blender: is het nu hij, zij of die?

  • 18 augustus 2021

Over voornaamwoorden 

Het Nederlands onderscheidt, anders dan sommige talen zoals het Turks of het Fins, enkel mannelijke en vrouwelijke voornaamwoorden. Er zijn echter mensen die zich niet in het ‘hij/zij-hokje’ thuisvoelen. De Nederlandse Taalunie (NTU) – verantwoordelijk voor het taalbeleid in Nederland, Vlaanderen en Suriname – zoekt daarom naar nieuwe voornaamwoorden die ook rekening houden met genderfluïde personen. In afwachting van een officieel NTU-standpunt adviseert de UGent de verwijswoorden te gebruiken waaraan de trans* en non-binaire gemeenschap de voorkeur geeft. 

Hoe verwijs je naar een persoon die niet als man of vrouw wil worden aangesproken? 

Elke persoon wordt graag aangesproken met de juiste verwijswoorden: 

  • Die verwijzing verloopt soms fout, als de voornaam van je contactpersoon voor verwarring zorgt. Denk bijvoorbeeld aan personen met een uniseksnaam (zoals Kim of Chris) of namen die je minder bekend in de oren klinken (zoals Efrata of Thoni).  
  • Doorgaans verkiezen transgender personen dezelfde binaire voornaamwoorden als cisgender personen en verwijs je dus heel eenvoudig naar trans mannen met ‘hij’ en naar trans vrouwen met ‘zij’. Maar sommige personen hebben liever dat je naar hen verwijst met het non-binaire voornaamwoord ‘die’. Dat voelt misschien wat onnatuurlijk aan in het begin, maar oefening baart kunst.  

mannelijk

hij

  • Hij zal later aansluiten

hem

  • Ik stuur hem een vergaderverzoek

zijn

  • Hij keek in zijn agenda

vrouwelijk

zij

  • Zij zal later aansluiten

haar

  • Ik stuur haar een vergaderverzoek

haar

  • Zij keek in haar agenda

non-binair

die

  • Die zal later aansluiten

hen

  • Ik stuur hen een vergaderverzoek

hun

  • Die keek in hun agenda

  

Meer voorbeelden nodig? Zie https://selmwenselaers.be/bio of https://zizomag.be/opiniestukken/meer-inclusie-door-de-juiste-voornaamwoorden 

  • Sommige collega’s zetten in hun e-mailhandtekening de voornaamwoorden van hun voorkeur. 
    bv. SamPeters (hij/hem/zijn) 
    bv. Sam Peters (zij/haar/haar) 
    bv. Sam Peters (die/hen/hun) 
    bv. Sam Peters (they/them/theirs) 

Kan je gewoon schuine strepen – 'hij/zij/die' – of haakjes – 'hij (zij) (die)'– gebruiken?  

Schuine strepen (hij/zij/die) of ronde haakjes (hij (zij) (die)) lijken misschien een goed voorbeeld van genderinclusieve communicatie omdat je niet alleen rekening houdt met de dominant-mannelijke verwijswoorden. Die oplossingen komen helaas de leesbaarheid van de tekst niet ten goede. Bovendien suggereer je (ongewild) dat de vrouwelijke en non-binaire varianten ondergeschikt zijn.  

bv. ‘Als de student zich nog wil inschrijven voor de excursie, moet hem/haar/hen vandaag nog gemeld worden dat hij/zij/die dringend zijn/haar/hun inschrijvingsformulier moet indienen.’  
bv. 
‘Als de student zich nog wil inschrijven voor de excursie, moet hem (haar) (hen)vandaag nog gemeld worden dat hij (zij) (die) dringend zijn (haar) (hun) inschrijvingsformulier moet indienen.’  

Er zijn heel wat alternatieven waaruit je kan kiezen: 

  • Gebruik de meervoudsvorm.
    bv. ‘De studenten moeten hun 
    formulier indienen.’   
  • Gebruik een lidwoord.    
    bv. ‘De student dient het formulier in.’  
  • Gebruik de aanspreekvorm ‘jij’ of ‘u’. 
    bv. Je moet het formulier indienen.’  
  • Gebruik de passieve vorm. 
    bv. ‘Het formulier moet ingediend worden 
    door de student.’  
  • Gebruik de gebiedende wijs.  
    bv. ‘Dien het formulier in.’  
  • Herhaal het zelfstandig naamwoord.
    bv. ‘Als de student zich wil inschrijven, moet de student het formulier indienen.’  
  • Gebruik een betrekkelijk voornaamwoord.
    bv. ‘Een student die zich wil inschrijven moet het formulier indienen.’ 

Bron: UGent