Kwaliteit Vlaams & Nederlands hoger onderwijs stabiel op hoog niveau

  • 28 februari 2020

De kwaliteit van het Vlaams en Nederlands hoger onderwijs blijft op hoog niveau, zo blijkt uit de jaarcijfers 2019 van de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO).
 

Voor Nederland zijn doorheen de jaren de uitkomsten van de accreditaties zeer stabiel. Het percentage nieuwe opleidingen dat in een keer slaagt voor de kwaliteitstoets neemt de laatste jaren toe. Ondanks deze toename blijft de poortwachtersfunctie van de NVAO van belang. In Vlaanderen is er vooral een grote stijging op te merken in aanvragen voor nieuwe opleidingen door de komst van de nieuwe graduaats- en educatieve opleidingen. Daarnaast zijn voor het derde jaar op rij accreditaties van bestaande opleidingen verlengd op basis van positieve instellingsreviews bij hogescholen en universiteiten.

De Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO) kijkt in Vlaanderen en Nederland toe op de kwaliteit van het hoger onderwijs. Op basis van de oordelen van de NVAO worden opleidingen erkend en krijgen studenten een waardig diploma. Periodiek rapporteert de NVAO over haar werkzaamheden en de kwaliteit van het hoger onderwijs.
 

Kwaliteit Nederlands hoger onderwijs stabiel op hoog niveau

Sinds 2012 blijken de uitkomsten van de accreditaties in het Nederlandse hoger onderwijs zeer stabiel. Over de hele linie wordt 95 procent van de bestaande opleidingen van hogescholen en universiteiten positief beoordeeld en opnieuw geaccrediteerd. Bij vijf procent van de bestaande hogeronderwijsopleidingen worden bij de heraccreditatie voorwaarden opgelegd met een herstelperiode van maximaal twee jaar. Het hoger beroepsonderwijs zet die trend voort, het wetenschappelijk onderwijs onderscheidt zich het afgelopen jaar positief. Ook het percentage nieuwe opleidingen van hogescholen en universiteiten dat in een keer slaagt voor de kwaliteitstoets van de NVAO neemt de laatste jaren toe.

Anne Flierman, voorzitter NVAO: ‘We kunnen vertrouwen op de kwaliteit van het Nederlandse hoger onderwijs. De afgelopen jaren hebben de hogescholen en universiteiten laten zien dat zij de kwaliteit en het niveau van hun opleidingen stabiel op peil houden. De komende periode ontwikkelen we in het hoger onderwijs gezamenlijk de volgende fase in het accreditatiestelsel. De huidige kwaliteitsontwikkeling van de opleidingen vormt een goede basis voor deze discussie. Hieruit blijkt immers dat bij de bestaande opleidingen ruimte is voor het geven van vertrouwen.’ 

Het afgelopen jaar toonde een piek in het aantal afgehandelde accreditatieaanvragen van universiteiten, hogescholen en hun opleidingen. In 2019 nam de NVAO Afdeling Nederland 804 besluiten, waarvan 682 accreditaties van bestaande opleidingen; 75 accreditaties van nieuwe opleidingen; 13 Instellingstoetsen Kwaliteitszorg en 34 plantoetsen in het kader van de kwaliteitsafspraken. 

Het percentage nieuwe opleidingen van hogescholen en universiteiten dat in één keer slaagt voor de kwaliteitstoets van de NVAO neemt de laatste jaren toe. Voor het eerst sinds jaren daalt wel het aantal aanvragen voor de accreditatie van een nieuwe opleiding. Het aantal aanvragen voor nieuwe associate degree-opleidingen bedraagt na de omzetting tot opleiding in 2018 circa twintig per jaar. Een derde van de nieuwe opleidingen slaagt echter niet in één keer voor de kwaliteitstoets, met als gevolg dat voorwaarden worden opgelegd of dat de aanvraag wordt ingetrokken. Vooral in het hoger beroepsonderwijs laat het meerjarig gemiddelde een hoger percentage nieuwe opleidingen zien dat de aanvraag intrekt. Bij de toetreding van nieuwe opleidingen blijft de rol van de NVAO als ‘poortwachter’ van het hoger onderwijs dan ook van belang. 

Voor de instellingstoets kwaliteitszorg bezocht de NVAO het afgelopen jaar 13 hogescholen en universiteiten. Voor 12 instellingen leidde de toets tot een positief besluit. Aan één positief besluit werden voorwaarden verbonden. Voor de plantoetsen in het kader van de kwaliteitsafspraken bezocht de NVAO het afgelopen jaar bijna alle bekostigde hogescholen en universiteiten. Over 23 plannen kon een positief advies worden uitgebracht aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Over 11 plannen gaf de NVAO een negatief advies aan de minister. De NVAO gaat in 2020 onderzoeken waarom voor een relatief groot aantal plannen in het kader van de kwaliteitsafspraken een negatief advies moest worden uitgebracht. 

De NVAO heeft zich in 2019 ook gebogen over tien beoordelingen van deelnemende varianten in het kader van het Experiment Leeruitkomsten. Er zijn 11 beoordelingen uitgevoerd van nieuwe opleidingen waarvan na drie jaar het gerealiseerd niveau moest worden getoetst. Tevens werd vorig jaar een advies verstrekt over Transnational Education en zijn twee aanvragen behandeld in het kader van de European Approach. Tot slot is driemaal een advies uitgebracht over een nieuwe opleiding van de Universiteit van Curaçao. 
 

BIJ DE TOETREDING VAN NIEUWE OPLEIDINGEN BLIJFT DE ROL VAN DE NVAO ALS ‘POORTWACHTER’ VAN HET HOGER ONDERWIJS DAN OOK VAN BELANG.            


Vertrouwen in de nieuwe Vlaamse graduaats- en educatieve opleidingen

Afgelopen jaar stond volop in het teken van de omvorming van de HBO5-opleidingen in het volwassenenonderwijs naar graduaatsopleidingen aan de hogescholen. Tegelijk maakte de specifieke lerarenopleiding (SLO) plaats voor educatieve graduaats- en masteropleidingen. Om deze opleidingen te mogen aanbieden moeten instellingen een toets nieuwe opleiding (TNO) doorlopen. Afgelopen jaar beoordeelde NVAO zo 109 graduaatsopleidingen en 65 educatieve graduaats- en masteropleidingen. 92 procent van hen kreeg groen licht, 5 procent kreeg een negatief oordeel en 3 procent van de aanvragen werden voor besluitvorming ingetrokken.


Dirk Broos, vicevoorzitter NVAO: ‘De beoordeling van de graduaats- en educatieve opleidingen waren in 2019 het sluitstuk van twee belangrijke werven in het hoger onderwijs om meer jongeren de weg naar het hoger onderwijs en het lerarenberoep te doen vinden. Onze commissies spreken hun vertrouwen uit in de potentiële kwaliteit van deze opleidingen. Evident zijn er ook aanbevelingen. Binnen enkele jaren zullen we de graduaats- en educatieve opleidingen opnieuw beoordelen in een eerste accreditatieronde. Dan zal het niet meer gaan om de potentiële kwaliteit maar wel om de gerealiseerde kwaliteit. Daarbij zullen we uiteraard bijzondere aandacht besteden aan de aanbevelingen.’

Door de komst van de instellingsreviews en de start van het nieuwe Vlaamse Kwaliteitszorgstelsel (2019) gaat een vergelijking van het aantal aanvragen en genomen besluiten doorheen de tijd niet langer op. Vlaamse hogescholen en universiteiten verzekeren nu namelijk zelf de kwaliteit van hun eigen geaccrediteerde opleidingen. Ze doen hiervoor beroep op een mix van interne en externe deskundigen en ze moeten informatie over de kwaliteit van die opleidingen op hun eigen website publiceren. Hoe een instelling dit alles realiseert wordt door de NVAO om de 6 jaar beoordeeld tijdens een instellingsreview. Wie slaagt hoeft dan niet langer elke opleiding apart te laten beoordelen door de NVAO. Alleen nieuwe opleidingen en eerste accreditaties worden nog door een externe NVAO-commissies beoordeeld.

In totaal kregen 28 professionele en 126 academische opleidingen een verlenging van hun accreditatie op basis van een positieve instellingsreview. Daarnaast werden drie nieuwe opleidingen erkend en werden 16 bestaande opleidingen positief beoordeeld in het brede Vlaamse hoger onderwijs. 


In maart wordt het volledige jaarverslag 2019 gepubliceerd waarin de NVAO meer toelichting geeft op al haar werkzaamheden. 

 

Bron: NVAO.net/nl/nieuws